Beveiliging

Zomertyposium 2008

MIAT grafiek

Lithographie

Meta Serif

Magistraal

Joos Lambrecht

Zomertyposium 2007

Fata Morgana

John Cornelisse

Stekskes

Afficheletters

MSK

Corbel

Constantia

Consolas

Candara

Cambria

Calibri

Typis C.J. De Mat & H.Remy

Erik Desmyter

Reclame-Geluk

Weg met de schreven

ATypI'06 Galadiner

ATypI'06 Tibetaans

ATypI'06 Conferentie

ATypI'06 FontMaster

ATypI'06 Fontlab

Gratis fonts: Lido

Zomertyposium 2006

Pierre Ryckaert

Hollandse Mediæval

Lambrecht.png

Joos Lambrecht

"Ick schaems my der plompheyt, datmen in onzen landen zo menyghen mensche vindt, die ons nederlantsch duutsch of vlaemsche sprake, in Romeynscher letteren gheprentt, niet ghelezen en can, zegghend dat hy de letteren niet en kendt, maer het dijnckt hem latijn of griecx te wezen. Dit ouer ghemerct ende want ic dit boucxkin in Romeynscher letter (die allen anderen vlaemschen letteren, in nettigheden ende gracyen te bouen gaet) gheprentt hebbe, ende noch meer ander zin hebbe (metter gracye godts) in ghelijcker letter te druckene, zo hebbic hier den Romeynschen A. b. c. by gheprentt, op dat een yghelick, de zelve daer by zaude moghen zien ende leeren kennen, om alzoo te meerder affeccye ende ionsten totter zeluer te cryghen. Ghelijck vvy zien dat nu de vvalen ende franchoyzen doen, die daghelicx haer tale meer doen drucken in Romeynscher, dan in Bastaertscher letteren."

Één van de eerste pogingen om wat later het Nederlands zou worden te drukken in romein, werd ondernomen door Joos Lambrecht in Gent in 1539. Waarschijnlijk sneed hij daar zélf een letter voor, een rechte italic (IT16 bij Vervliet, It57 bij Machiels). Het boekje, formaat ongeveer liggend A6, had als titel “Refereynen int Vroede, int Zotte, int Amoureuze” en was de tekst van een nogal subversieve interstedelijke dichtwedstrijd. De inleiding vindt u hierboven.
Het idee van Lambrecht sloeg niet bepaald aan. Het zou nog een halve eeuw duren voor in het noorden van België de romein voor de volkstaal in gebruik kwam, en nog een halve eeuw langer in Nederland. Intussen was ook de “civilité” gekomen en gegaan, maar dat is een ander verhaal. Lambrecht ontwikkelde zijn rechte italic echter verder: in 1541 drukte hij de “Disticha moralia” van “Cato, pseudo”, in het Grieks, Latijn, Frans en toenmalig Gents, met commentaar in het latijn. Voor die commentaar in het Latijn gebruikt hij zijn It57 (8 punt plus ongeveer 10% krimp van het papier, dus een kleine 9 punt), voor de Franse vertaling, overigens door hemzelf, voor een stuk al zettende, gebruikt hij een grotere versie: de It80 bij Machiels (11,3 punt nu, ongeveer 12,4 punt toen). Van die “Cato” zijn twee exemplaren bewaard in de bibliotheek van de RUG: G180 en G181, “Gentenaarkes” zoals ze die noemen in de leeszaal voor oude boeken en manuscripten. Uit die twee exemplaren heb ik telkens een viertal spreads laten inscannen à 1200 dpi. Daaruit heb ik een paar interessante stukken geselecteerd en die kan ik over elkaar leggen, zodat ik de invloed van onregelmatige inktspreiding op oneffen papier min of meer kan compenseren, een gebroken letter kan onderscheiden van een haar in het papier bij voorbeeld. Een verkleinde afbeelding vindt u bovenaan deze entry: het zwart is wat beide exemplaren gemeenschappelijk hebben, het grijs is wat maar op één exemplaar gedrukt werd.
Enkele eerste suggesties komen al op. De letterparen ha, en, en gr zijn van Lambrecht zelf: zijn stelling is bepaald slecht. De h is zwaar beschadigd: mogelijk niet de eerste keer dat er mee gedrukt werd; de krul naar onder en naar rechts is mogelijk een oplossing tegen verwarring met de b. De constructie is schuin, maar in de n en de r duidelijk geen “brede pen”. De g lijkt mij aardig “modern”. De vorm van de schreven aan de stokken is onmogelijk te bepalen (niet enkel in voorbeeld boven).

Bronnen. Eerste naslagwerk waarin Joos Lambrecht besproken wordt is de "Bibliographie Gantoise" (1858-1869) van Ferdinand vander Haeghen, voormalig hoofdbibliothecaris van de bibliotheek van de Rijksuniversiteit. Van der Haeghen bespreekt in deel I van de Bibliographie, XVde en XVIde eeuw, 59 drukwerken, boekjes en "ordonnanties" (pp.51-93), in een supplement (Deel 6, pp.6-12) voegt hij er nog 14 aan toe.
De "Bibliographie Gantoise" kan je o.m. raadplegen in de bibliotheek van de Universiteit Gent. Hieronder een citaat uit de inleiding.
"Josse Lambrecht, 1536-1553. (Lambertus, Lambert).
De tous les imprimeurs qui ont exercé leur profession à Gand, il n'en est pas de plus remarquable ni de plus digne d'attention que Lambrecht, qu'on le considère soit comme littérateur, grammarien, poète, soit comme typographe, graveur, artiste.
Judocus Lambrecht, Josse Lambert en français, et Lambertus en latin, étaient les noms que cet imprimeur mettait au titre de ses livres, selon qu'ils étaient publiés dans l'une ou l'autre de ces langues.
Les biographes ne nous donnent guère de détails sur la carrière de cet homme éminent. Antoine Sanderus est le premier qui en fasse mention, et les successeurs Swertius, Foppens, etc. n'ont fait que copier le peu de lignes qu'il lui dédie dans son travail sur les écrivains gantois: Iudocus Lambertus, Gandavensis Typoglyphus et Typographys, Vir etiam eruditione non vulgari praeditus fuit. Inter caetera eius, vidi librum de vera et genuina Orthographiae Teutonicae ratione, quem uti ipse composuit, ita et suis Typis evulgavit.
Plus de deux siècles après, Mr Voisin lui consacra une notice, qui fut insérée dans le Messager des sciences historiques (1842, p.36-63). Cet aperçu biographique et bibliographique, écrit avec verve et talent, intéressa vivement les amateurs, excita l'attention des amis zélés de notre ancienne littérature, et contribua à faire rechercher ardemment toutes les productions de Lambrecht, véritables monuments artistiques et littéraires.
Cessent solita, dum meliora. Satis quercus.
Telle était la devise de notre typographe, et jamais devise ne fut mieux appliquée: Abandonnons la routine, les procédés surannés, lorsqu'une nouvelle nous est ouverte, lorsque des progrès se révèlent de toute part; nous avons été assez longtemps victimes de vieux préjugés.
(…)
La devise de Lambrecht peut encore s'appliquer à la partie matérielle de son art. En effet, avant lui, l'impression à Gand était encore dans l'enfance. Pierre De Keysere, son prédécesseur, employait des caractères gras et lourds, des lettres epâtées. Lambrecht débuta par graver et fondre lui-même des caractères d'une élégance et d'une netteté telle, qu'à cette époque aucun autre fondeur ne pouvait entrer en concurrence avec lui."

Standaardwerk ook over Joos Lambrecht is het boek van Dr. Hendrik D.L.Vervliet: "Sixtienth-Century Printing Types of the Low Countries", Menno Hertzberger & Co, Amsterdam 1968, 388 pp A4. De invalshoek van Vervliet is typografisch, met een sterk bibliografische inslag. Joos Lambrecht is de zevende lettersnijder die hij beschrijft (pp.24-26).
"(…) Son of Jan Lambrecht, he came, it would seem, from a family long established in the town, engravers of seals and of marks for authenticating the renowed Ghentish cloth. Certainly Joos was successor to Vincent Lambrecht who performed this office from 1512 until 1537-1538. During the nearly 20-year period (1536-1553) of his activity at Ghent Joos Lambrecht proved to be a many-sided man typical of the Renaissance, poet, schoolmaster, seal-engraver, printer and punchcutter.
As printer he came to be known for the outstanding quality of his presswork, the best of the Netherlands of his century (Vervliet bedoelt hier de eerste helft van de 16de eeuw, Plantin was de tweede helft? nvdr), and for his numerous mint-ordinances with woodcuts of coins that were copied until late in the century, by Jan Ewoutszoon of Amsterdam and others.
His capacity of punchcutter is quite firmly established by the colophons in his numerous books, where he calls himself "lettersteker, typoglyphus, tailleur de lettres", by entries in the town's taxation, where he is described from 1540 onwards as "letterstekere", by a contract of 7 April 1548 binding Lambrecht to deliver new founts of type to Cornelius Manillus, printer at Ghent. Moreover, it is known that in 1553 Lambrecht sold his printing-office and typefoundry to Pieter van den Kere, the father of Hendrik van den Keere the elder (en overgrootvader van de beroemde Hollandse landkaartengraveur Pieter van de Keere, alias Kaerius nvdr), that Ameet Tavernier learned punchcutting from him, and that in 1580 Hendrik van den Keere the younger had several sets of matrices that he described as Lambrecht's." (p.25)
Verder is in verband met Lambrecht ook het hoofdstuk "New versus Old" interessant, over de overgang van textura naar romeinse letters (pp.56-67).
Vervliet beschrijft van Lambrecht vier romeinen, één italic en twee textura's. De "Gentse Civilité", "Een augustyne gheschreven van Joos Lambrechts" volgens Thomas De Vechter, meestergast van Plantin en later drukker te Leiden, wordt door Vervliet niet aan Lambrecht toegeschreven, omdat Lambrecht hem zelf blijkbaar nooit gebruikt heeft denk ik. De zeven letters van Lambrecht krijgen elk een prachtige dubbele pagina.
T37, "Lambrecht's Pica Textura" vanaf 1541 is zo Frans van lijnvoering dat Vervliet hem slechts met enige twijfels toeschrijft aan Lambrecht. (p.150-151)
T48, "Lambrecht's Brevier Textura" vanaf 1541. Idem. (p.168-169)
Teveel twijfels zelfs voor T6, "Brentz.'s Double Pica Textura (p.94-95)
T25, "English-bodied French Textura" (p.130-131) wordt ook gebruikt door Lambrecht maar dateert van 1499-1500. Het is niet bepaald zo dat Lambrecht zijn letters allemaal zelf sneed.
R12, "Lambrecht's 2-line Great Primer Lower-Case" is een onderkast waarschijnlijk alweer gesneden door Lambrecht in 1546 bij een bovenkast misschien gesneden door Peter Schoeffer de jongere in 1517. Deze kapitalen waren in de eerste helft van de 16de eeuw algemeen verspreid in Duitsland, Frankrijk en België en Nederland. (p.238-239)
R23, "Lambrecht's English Roman" vanaf 1543 in het drukwerk van Lambrecht. (p.260-261)
R25, "Lambrecht's Pica Roman" idem vanaf 1536. (p.264-265)
R30, "Lambrecht's Roman Capitals on Bourgeois" (1545) is een bovenkast klaarblijkelijk zonder onderkast. (p.272-273)
IT16, "Lambrecht's Bourgeois Italic" vanaf 1536. "Lambrecht was the only printer to use this small Italic, which for its time is not without merit, and he did so from the beginning of his career in 1536. In a book of 1538 a set of narrower capitals occurs as well as the original capitals.
In his well-known Refereynen of 1539 Lambrecht used this type for the passage in which he expressed his preference for Roman (and Italic) (Lambrecht mmakte geen onderscheid tussen romein en italic in zijn beklag nvdr) letters and his objection to the Gothic; but for this passage he used it with Gothic capitals and a few variant lower-case sorts.
In the inventory of the remaining stock in Van den Keere's typefoundry drawn up by Thomas de Vechter soon after 1581, there is an entry, 'An old Brevier by Joos Lambrecht', probably referring to matrices for this face." (p.312-313)

Mijn derde bron is "De boekdrukkunst te Gent tot 1560", van Jeroom Machiels. Inhoud van dit werk is een verdere uitwerking van de bijdrage van Machiels over de boekdrukkunst in "Gent, Duizend jaar kunst en cultuur, Stad Gent 1975. De invalshoek bij Machiels is bibliografisch, de "analyse van de typen" kan helpen om drukker en datum van uitgifte te traceren. Voor illustratie van de lettertypes verwijst Machiels naar Vervliet; de letters die hij bij Vervliet niet terugvindt, toont hij achteraan zijn boek bij de afbeeldingen (plaat 15, 1 en 2).
De biografie van Lambrecht is iets uitgebreider bij Machiels dan bij Vervliet, maar vooral interessant is de beschrijving van 75 boekjes, in totaal 69 titels. "Tussen 1536 en 1553 drukte hij een zeventigtal werken. Hiervan zijn er 42 in het Nederlands met 2 tweetalige, 13 in het Frans met een tweetalig, 14 in het Latijn met 2 tweetalige. Er zijn 15 muntboekjes, 4 humanistische teksten, 13 godsdienstige werken, 13 ordonnanties, 4 werken uit de Latijnse literatuur, 5 behoren tot de geschiedenis en 3 tot de geneeskunde, 6 woordenboeken en 2 grammatica en 2 boeken behorende tot de Nederlandse literatuur."
Machiels beschrijft al deze boekjes afzonderlijk, ongeveer een halve pagina A4 per boekje, compleet met titel, gebruikte lettertypes, gebruikt drukkersmerk, auteurs, indeling van het boek, een opmerking van Machiels en vooral de plaats van het werk in de bibliotheek, in veel gevallen de universiteitsbibliotheek van Gent.
Machiels vindt bij Lambrecht 17 lettertypes: 6 textura's, 5 romeinen en 6 italics, waarvan 1 bastaard, 1 Schwabacher, 1 unciaal en 1 Grieks lettertype. De bastaard en één italic komen niet voor bij Vervliet. De bastaard wordt door Lambrecht gebruikt in een boek uit 1551 over de "Ordonnance du 11 juillet 1548 … des especes d'or et d'argent", tesamen met textura-kapitalen en een iets grotere Schwabacher. Machiels vindt ook twee (rechte) italics: de It 57mm van Machiels komt overeen met de IT16 van Vervliet, maar Machiels vindt ook een It80, die Lambrecht (zelden) gebruikt in bij voorbeeld de Cato, pseudo. Dit kleine boekje is (uit een Grieks én Latijns origineel?) vertaald in het Nederlands en van een Latijnse comment voorzien door Livinus Crucius, en in het Frans vertaald door onze Lambrecht, voor een stuk terwijl hij de tekst aan het zetten was. Lambrecht gebruikt voor dit boekje maar liefst 4 broodletters: Grieks, T56 (Vervliet T48) voor het Nederlands, It 80 (de grotere rechte italic) voor het Frans, de R74/R80 (R25 bij Vervliet) voor de Latijnse basistekst, en de It57 (Vervliet IT16) voor de Latijnse comment. De headers zijn uit aangespatieerde kapitalen gezet, en de verschillende talen zijn voorzien van drie verschillende soorten initialen. Fraai.
Het boek van Machiels kun je nog altijd kopen in de universiteitsbibliotheek: eerste gang rechts en dan voorbij de wc's aankloppen bij het secretariaat, recht voor je is overigens de leeszaal voor oude boeken en manuscripten.

Posted by PVL - Sep 9, 2007

comments (2) pic

Zien
Horen
Lezen
Doen